Geschiedenis Natuurmuseum

Het Natuurmuseum Nijmegen is gehuisvest in een bijzonder monument. Het museumpand is in 1912 gebouwd als synagoge, naar een ontwerp van architect Oscar Leeuw (1866–1944).

Deze architect ontwierp ook bekende panden zoals concertgebouw De Vereeniging, Museum G.M. Kam en Villa De Westerhelling.
In de Tweede Wereldoorlog is de synagoge ernstig beschadigd. Het pand was daarna nog in gebruik als opslagplaats voor houtmaterialen en als gebedshuis bij het Apostolisch Genootschap. Sinds 1978 biedt het pand onderdak aan het Natuurmuseum.

Herinneringen aan de synagoge
De oorspronkelijke functie als synagoge is duidelijk te herkennen. De imposante ingangstoren lijkt op een gigantische thorarol. In de gevel is nog veel symboliek te zien die verwijst naar het jodendom: de palmboom van Judea, verwerkt in het geometrisch reliëf rond het portaal en de stenen tafel met de tien geboden hoog in de toren. De hardstenen voetstukken links en rechts naast de ingang symboliseren de pilaren uit Salomo’s tempel, Jachin en Boaz.

In de grote zaal waren vroeger 150 zitplaatsen, houten banken, voor de mannen. Aan de bovenkant bevond zich de vrouwengalerij met zitplaatsen voor 110 vrouwen. Tegenover de ingang van de zaal was de rijk geornamenteerde Ark van het Verbond. Marmeren trappen gaven toegang tot de heilige arke, aron hakodesj (= verhoogde kast voor de thorarol). Verder stond er nog de biema (= verhoging voor de voorzanger). In de grote zaal van de synagoge waren wandschilderingen aangebracht, die in de Tweede Wereldoorlog grotendeels zijn vernield.

In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Duitsers de synagoge als opslagplaats voor in beslag genomen radio’s. Alles wat te maken had met het joodse geloof werd vernield of uit het pand verwijderd, inclusief de galerij voor de vrouwen. Belangrijker dan dit materiële verlies was echter de decimering van de Nijmeegse joodse gemeenschap: van de 537 leden overleefden slechts 76 de genocide door de nazi’s. Voor deze overlevenden was de synagoge te groot geworden. Zij namen het aangrenzende schoolgebouwtje als synagoge in gebruik.

Boven de voordeur bevindt zich een sluitsteen met daarop een afbeelding van een hand die een fakkel doorgeeft aan een andere hand. Deze afbeelding stamt uit de tijd dat het Apostolisch Genootschap gebruik maakte van het gebouw (1966 – ca. 1976). Toen het gebouw nog dienst deed als synagoge was op deze plaats de afbeelding een Davidster te zien.
museum                                                                           museum1
Meer informatie
Kijk voor meer informatie over de geschiedenis van het museumpand en architect Oscar Leeuw op Museumpand-Historie.pdf.